Begrippen 'leeg', 'halfvol', 'halfleeg' en 'vol' oefenen

We mochten zelf verwoorden welk flesje 'vol', 'leeg' en 'halfvol' was. Daarna legde de juf het begrip 'halfleeg' uit. Dit was eigenlijk hetzelfde als 'halfvol'.


Toen we dronken pasten we het geleerde meteen toe. Bij wie is het nog vol? Bij wie al halfvol of halfleeg en bij wie is het al leeg?

2 opmerkingen: